De regering-Trump staat op het punt een belangrijke wetenschappelijke rechtvaardiging voor het reguleren van de uitstoot van broeikasgassen door voertuigen te elimineren, waardoor autofabrikanten effectief de emissienormen kunnen omzeilen. Dit besluit, dat deze week van kracht wordt, zal een uitspraak uit 2009 ongedaan maken waarin zes broeikasgassen werden aangemerkt als bedreigingen voor de volksgezondheid en het welzijn.
De vondst van gevaar en de gevolgen ervan
In 2009 verschafte de ‘bedreigingsbevinding’ van de regering-Obama de Environmental Protection Agency (EPA) de wettelijke basis om broeikasgasnormen op te leggen aan autofabrikanten. Zonder deze bevinding zal de EPA niet langer de bevoegdheid hebben onder de Clean Air Act om emissiemetingen, certificeringen of naleving van autofabrikanten te eisen. Dit betekent dat fabrikanten voertuigen kunnen bouwen en verkopen zonder zich te houden aan limieten voor de uitstoot van broeikasgassen.
De regering beweert dat deze terugdraaiing meer dan 1 biljoen dollar aan bezuinigingen op de regelgeving zal opleveren en mogelijk de kosten van een nieuw voertuig met 2.400 dollar zal verlagen, hoewel de methodologie achter deze cijfers onduidelijk blijft.
Politieke reacties
Deze stap heeft scherpe kritiek van de Democraten opgeleverd. Minderheidsleider in de Senaat, Chuck Schumer, veroordeelde het besluit als een ‘corrupte weggeefactie voor Big Oil’, met het argument dat de impact ervan in het hele land voelbaar zal zijn.
Zorgen uit de sector
Tesla drong er eerder bij de regering op aan om de bevinding van het gevaar niet in te trekken, omdat het een stabiel regelgevingsklimaat biedt voor hun investeringen. Het bedrijf waarschuwde dat het ongedaan maken van de bevinding de keuze van de consument, de menselijke gezondheid en de autosector zou schaden. De recente publieke steun van Elon Musk voor Donald Trump en de financiële bijdragen aan zijn campagne hebben deze uitkomst niet kunnen voorkomen.
Het besluit van de regering-Trump om de regelgeving inzake broeikasgassen af te schaffen onderstreept een bredere trend waarbij economische deregulering prioriteit krijgt boven milieubescherming. Deze terugdraaiing zal waarschijnlijk met juridische uitdagingen te maken krijgen, maar in de tussentijd duidt het op een aanzienlijke verschuiving in de Amerikaanse benadering van het klimaatbeleid.





















